Ballum, 31-1-10
Morgen komt er een eind aan mijn kluizenaarsbestaan in het duin van Ameland. Ik begin ook wel weer naar huis te verlangen. Maar de oogst mag er zijn: in twee weken heb ik mijn nieuwe boek over vitale ruimte in de grondverf gezet. De concentratie en ook de inspiratie waarmee ik hier kon werken bereik je niet in het drukke bestaan van thuis. Eigenlijk zou dat te denken moeten geven.
Vitale ruimte is wat je voelt als je ergens graag aan mee doet. Dan heb je zin om je ervoor in te zetten en om rekening te houden met anderen om het te laten slagen. Vitale ruimte is essentieel, ook voor burgerparticipatie op internet. Alleen kun je dat niet afdwingen met raadsbesluiten, SMART geformuleerde projecten of afrekenbare contracten. Als mensen het niet interessant meer vinden zijn ze zo weggezapt. Vitale ruimte vraagt om een andere aanpak.
Woensdag vertel ik er over. Eerlijk gezegd voel ik me op het vlak van virtuele netwerken nog maar een beginner. Met andere netwerken heb ik wel veel ervaring. Sinds mijn proefschrift over levende netwerken, negen jaar geleden, heb ik in een groot aantal workshops, trainingen en onderzoeken met forse aantallen netwerken gewerkt met vitale ruimte als concept . Toen de familie Dijksman mij kwam vragen hoe ze virtuele netwerken vitaal zouden kunnen houden moest ik bekennen dat ik dat nog niet precies wist. Maar interessant vond ik het wel, en ik was al bezig met een poging om web 2.0 in te zetten voor een congres in Italië.
Het een boeiende en relevante zoektocht. Ik leer dagelijks bij, zeker ook door de cursus die we samen ontwikkelen. Kennis komt niet van één kant maar groeit in interactie.
Eelke Wielinga